maandag 7 februari 2011

Scherptediepte


Het is de bedoeling van macrofotografie om zo dicht mogelijk bij het onderwerp te komen. Je hoeft er geen speciaal macro-objectief voor te hebben, maar makkelijk is het wel. Overigens zit er op elke goede compactcamera een macrostand. Dat werkt ook goed.

Als je dichtbij fotografeert heb je te maken met de scherptediepte. Hoe groter het diafragma (de lensopening) hoe kleiner de scherptediepte. Je kunt dat veranderen door het diafragma dicht te knijpen (naar bijvoorbeeld f/16). Dan wordt zowel de voor- als de achtergrond scherp.

Het is bij macrofotografie echter ook wel leuk om het hoofdonderwerp te isoleren, door de achtergrond bewust onscherp te houden. Je moet dan echter wel precies scherpstellen op dat gedeelte waar je de aandacht op wilt vestigen.

Bij stillevens, een bloemenvaas of zo, kun je daar gemakkelijk mee experimenteren. Buiten is het wat lastiger.
Een grote lensopening = weinig scherptediepte = een lange sluitertijd, en dat betekent dat als het ook nog waait, het risico groot is dat de hele foto onscherp wordt.
Sluitertijden langer dan 1/60 sec. kun je eigenlijk niet meer uit de hand nemen. Dan heb je een statief nodig. Een stevig muurtje, of en rijstzak waar je je camera op kunt zetten werkt ook prima.

Geen opmerkingen: